Werkkapitaal en gouden balansregel: een onverwachte combinatie 

Werkkapitaal en gouden balansregel: een onverwachte combinatie 
Beeld: Shutterstock

Een oud liedje waarschuwde al: 'You can't judge the right, by looking at the wrong.' Maar goed en fout kunnen elkaar wel degelijk aanvullen. Zoals de gouden balansregel ratio en de bruto werkkapitaal ratio. Deze column legt uit hoe dat kan.

De voorgaande columns behandelden het bruto en netto werkkapitaal en de daarbij behorende ratio’s. Hierbij lag de focus op de onderkant van de balans. De diverse posities van het werkkapitaal worden immers gevormd door de vlottende activa en vlottende passiva.

Uit de berekeningen van de ratio’s kon worden afgeleid of er werd voldaan aan een aantal normatieve drempelwaarden (of thresholds). Hiermee werd een beeld van de mate van financial resilience op korte termijn verkregen. 

Z-curve 

De eerste stap naar financial resilience op de korte termijn is een bruto werkkapitaal ratio (BWK-ratio) waarvan de uitkomst boven de normatieve drempelwaarde van 1,3 ligt. In de balans ontstaat er zodoende een denkbeeldige Z-curve (zie figuur). De som van de vlottende activa is daarbij groter dan de som van de vlottende passiva.

Voor financiers en financieel analisten is dit een positief signaal. Op korte termijn zijn er immers meer middelen dan schulden aanwezig in de organisatie. 

Balans met Z-curve 
Balans met Z-curve 

Echter, niet alleen de onderkant, maar ook de bovenkant van de balans is van belang om de financial resilience op korte termijn te beoordelen. Dat klinkt misschien vreemd, want aan de bovenkant van de balans staan immers de langlopende posten. Is hier sprake van een typisch gevalletje looking at the wrong? Het antwoord is complexer dan je denkt – een gewaarschuwd controller telt voor twee! 

Gouden balansregel 

De GBR is van oudsher een ratio die ter ondersteuning van de klassieke financieringsleer wordt ingezet: vast lang, vlottend kort. Met andere woorden: vaste activa langlopend financieren, vlottende activa kortlopend financieren. Als je aan een financier vraagt wat de GBR behelst, komt hij steevast met deze lijfspreuk op de proppen.

Toch klopt deze niet helemaal, want eigenlijk zou het motto moeten luiden: vlottend kort, vast lang. Want alleen financial resilience op korte termijn kan leiden tot financial resilience op langere termijn. Dus enkel een organisatie die de korte termijn overleeft, kan zicht hebben op continuïteit op de lange termijn.  

De GBR bestaat dan ook uit twee ratio’s. Ten eerste voor financial resilience op korte termijn. Dit is de genoemde BWK-ratio met de normatieve drempelwaarde van 1,3 en de daarbij behorende Z-curve in de balans.  De andere ratio betreft de langere termijn; dit is de gouden balansregel ratio (GBR-ratio). De formule daarvoor luidt: 

Sweet spot 

Aan de GBR-ratio kleven maar liefst twee drempelwaarden en twee plafondwaarden: de thresholds en caps. Idealiter bevindt de uitkomst van de GBR-ratio zich tussen de drempelwaarde 0,5 en de plafondwaarde 0,8. Deze range wordt in de financiële wereld wel aangeduid als de sweet spot of de favorable range.

Bedrijven die verkeren in deze favorable range en voldoen aan de BWK-drempelwaarde van 1,3, zijn conservatief gefinancierd en voldoen dus aan de GBR. In deze situatie wordt een substantieel deel van de langlopende vermogens aangewend voor de financiering van de vlottende activa.

Dit wordt door financieel analisten aangemerkt als risicomitigerend. Langlopende vermogens kunnen immers niet zomaar door verstrekkers worden opgeëist.  

Technisch failliet

De tweede range bevindt zich tussen de absolute ondergrens van 0 (of bodemwaarde) en de absolute bovengrens van 1 (of plafondwaarde). Organisaties met uitkomsten van de GBR-ratio onder de 0 bestempelen de financieel analisten als technisch failliet.

Hierbij is het eigen vermogen negatief en bovendien negatiever dan de optelsom van de voorzieningen en de langlopende schulden. In deze situatie worden zowel de vaste als de vlottende activa per saldo gefinancierd met vlottende passiva: behoorlijk riskant. 

Organisaties met uitkomsten van de GBR-ratio boven de 1 worden als illiquide bestempeld. Ook hier is de portie vlottende passiva groter dan de vlottende activa. Maar in deze situatie is de som van de langlopende vermogens positief (EV + Vz + VVL). Indien de GBR-ratio onder de 0 of boven de 1 uitkomt, zal er trouwens nooit sprake zijn van een Z-curve. In beide gevallen zal de uitkomst van de BWK-ratio kleiner zijn dan 1. 

Luxeprobleem 

Door de diverse drempel- en plafondwaarden is er nog een tweetal ranges gecreëerd. De eerste bevindt zich tussen de drempelwaarden 0 en 0,5. Opmerkelijk genoeg is er in deze range sprake van een luxeprobleem op korte termijn. De vlottende activa worden namelijk door een te groot aandeel van langlopende vermogens gefinancierd.

Enerzijds is deze financieringswijze nogal risicomitigerend – dus een luxe. Anderzijds betekent dit ook een hoge financieringslast, want langlopende vermogens zijn doorgaans duurder dan kortlopende vermogens.  

De tweede gecreëerde range bevindt zich tussen de twee plafondwaarden 0,8 en 1. Hierbij is er sprake van een neiging naar illiquiditeit op korte termijn. En de Z-curve begint dan veelal een vlak verloop te vertonen.   

Complementair 

Al met al is een analyse van de GBR-ratio zeker geen looking at the wrong wanneer je onderzoek doet naar het werkkapitaalbeheer – en daarmee de financial resilience op korte termijn. Integendeel, want de GBR-ratio blijkt zeker complementair te zijn aan de BWK-ratio.

Voor een controller die meer wil weten over zowel de kwaliteit van het werkkapitaalbeheer als de financial resilience op korte termijn, is dit zeker een aanrader. 

Tot besluit: bij deze column hoort een Excel-bestand met balansmodellen. Deze geven inzicht in de berekening van de diverse werkkapitaalratio’s. Hieronder kun je het bestand downloaden:

Lees meer over

Jean Gieskens

Jean Gieskens

Docent Accounting, Finance en Quantitative Methods

Jean Gieskens is visiting lecturer Accounting, Finance en Quantitative Methods aan diverse universiteiten en business schools in Nederland en België.